Mijn jeugd

Al heel lang loop ik met het plan in mijn hoofd om een blog of een boek te schrijven over hoe ik als moeder het misbruik van mijn kinderen heb ervaren en wat het met mij en mijn gezin heeft gedaan. En waarom ik al jaren op de chat ben op de site van seksueelgeweld.nl en waarom ik het zo nodig vond om een stichting op te richten.

Gelukkig zijn we al zo ver dat er aandacht aan de slachtoffer van seksueel geweld wordt besteed, het is nog lang niet genoeg en er wordt nog steeds niet veel mee gedaan maar echt iets veranderen, ik zie het nog niet zo. Voor ouders & partners en alle anderen die rond het slachtoffer staan is er nog steeds niets, geen erkenning geen aandacht, niets. En toch zijn zij de genen die de schouders lenen waarop gehuild mag worden, die bij wijze van spreken de zakdoekjes aan reiken. Maar ook wij ouders & partners en de anderen hebben het moeilijk. Het omgaan met een situatie waar een geliefde worstelt met demonen waar wij niet bij kunnen helpen, is slopend. Het tergt ons, wij willen het overnemen, de pijn het lijden. Hoe graag we willen maar het gaat niet. Om een klein inkijkje te geven, zal ik proberen  het te beschrijven. Hopelijk vinden jullie het leesbaar. Mijn jeugd is bepalend geweest voor mijn handelen als moeder vind ik. Een heerlijke jeugd, een goed basis.

Ik weet niet waarom ik een blog zou moeten schrijven, over mezelf vind ik een beetje onzin, zo bijzonder ben ik nou ook niet. Ja ik ben een moeder van kinderen die misbruikt zijn én jij dat heeft mijn leven voor een groot deel bepaald. Ik deed niet meer of minder dan wat andere ouders zouden doen in die situatie, dat is normaal toch? Van de verhalen van de slachtoffers hoor ik wel dat er ook heel veel ouders zijn, ook moeders, die niets doen voor hun kind of kinderen. Die zijn wat mij betreft niet het ouderschap waard. Het klinkt heel ongemakkelijk en dat is het ook, de verkrachting van mijn kinderen hebben mijn leven zinvol gemaakt en een richting gegeven. Veel van wat ik gedaan heb na 7 juli 1995 was, is een uitvloeisel daarvan. Misschien, als die vent z’n ding in z’n broek had gehouden was ik een geliefd verpleegkundige geworden omdat ik op dat moment die opleiding volgde en men vond mij toen ook al wel aardig. Ondanks dat ik best wel nare dingen had gedaan, vriendje zo maar laten zitten voor een ander, heel erg fout schaam me er nog wel eens voor en dat is al 37 jaar geleden.  Maar zo zit ik nou eenmaal in elkaar, kan er niets aan doen. Zelfs dat heb ik niet van mezelf, dat zijn de genen en de opvoeding. Mijn moeder kwam uit een zeer christelijk nest, zwarte kousen, mijn vader had geen geloof voor zover ik dat weet, hij ging in ieder geval niet met ons mee naar de kerk, twee keer op zondag. Was daar best jaloers op. Wij op zondagochtend om half negen op om naar de kerk te gaan, pa lekker nog in bed. Na oeverloze hel en verdoemenis en catechisatie kwam we dan om twaalf uur weet thuis. Mijn moeder kende iedereen in het dorp en het hele dorp kende haar dus direct naar huis na de dienst was uitgesloten. Er moest door haar met iedereen dingen geregeld en besproken worden vandaar  dat zus en ik eindeloos moesten wachten in het voorportaal van onze lieve heer zijn huis.

Mijn moeder was niet zo’n christen die alleen maar las dat je iets voor de medemens moest doen, zij deed het ook, gewoon zo hoort het. Zus en ik liepen al jong, nog geen tien jaar oud met collecte busjes. Zus de ene kwart van de straat, ik de andere kwart en  moeder de andere helft. Zij begon altijd op maandag en dan was ze zaterdag klaar, te veel kletsen. Natuurlijk vonden wij jonge meiden het niet leuk dat we het moesten doen maar het was voor mensen die het veel minder, zieker enzovoorts hadden dan wij. En wij hadden het goed, erg goed. Er was voldoende geld we woonden in een gigantisch huis, heel fijne buur kinderen waar we veel mee speelden. Een uitzicht waar ik nu nog aan terug kan denken, over de bollenvelden. In het voorjaar een groot gekleurd laken, eind april lagen die kleuren in grote bergen aan de zijkanten van de velden te rotten maar ik vond het nog steeds mooi. De rest van het jaar, tot er weer gepoot moest worden, waren de velden van ons, dat wil zeggen van zus en mij en van onze twee beste vriendinnen/buurmeisjes.  In de sloten die de velden doorkruisten zaten we in de zomer te vissen met bamboe hengels met een touwtje en een haakje er aan.  Ons aan was een stukje wit brood, de vissen lieten ons links liggen op een enkeling na. Als we klaar waren met vissen gingen we over die zelfde sloten springen, jawel slootje springen het ouderwetse natte schoenen spel. Dat vond mijn moeder minder maar ze vertelde het nooit aan mijn vader, niet dat hij boos zou worden maar hij zou misschien z’n wenkbrauw optrekken, net zo naar.

Mijn vader was een schat van een man, werkte bij een bank in Amsterdam op de juridische afdeling. Heel af en toe gingen we daar naar toe. Dan stonden we overweldigd door de pracht in een pand aan de gouden bocht aan de Herengracht in Amsterdam te wachten tot mijn vader klaar was met werken. Dan gingen we met z’n allen naar de avondfilm in  hetTuschinski theater in Amsterdsm nadat we broodjes kroket hadden gegeten bij één van de van Dobben zaken. Eén keer hadden we het onuitsprekelijk geluk een aantal Ajaxieden tegen te komen daar. Cruijff, Neeskens, Zwart en nog een aantal, die kwamen daar vaker. Na de film vielen zus en ik in de auto in slaap op weg naar huis.

Vlak voor sinterklaas, Kerstmis werd alleen in de kerk gevierd en was tevens de enige dag per jaar dat mijn vader ook mee was, gingen we naar Focke en Meltzer in de Kalverstraat om voor mijn moeder een cadeau te kopen. Ze spaarde Wedgewood servies maar vond dat te duur om voor zich zelf te kopen, dus kreeg ze dat van zus en mij. Als ik er nu aan denk ril ik nog. In die winkel stonden de duurste serviezen opgestapeld, rij na rij, en daar liepen wij twee jonkies door heen. Nooit iets gebroken. Als we klaar waren nam mijn vader ons mee naar de Bijenkorf om de Zwarte Pieten te zien ,die naar boven en beneden gingen aan een touw. Dan dronken we daar nog iets en dan gingen we weer naar huis. Mijn vader was een zeer sportieve man, hij fietste iedere zaterdag en zondag 50 kilometer en in de zomer waren we op de zeilboot te vinden mijn vader en ik. Mijn zus en moeder bleven thuis, moeder sliep altijd  ‘s middags tussen twee en vier uur, mijn zus was toen nog niet zo sportief.

Zulke mooie herinneringen heb ik over gehouden aan de tijd bij mijn ouders. En dan heb ik het nog niet gehad over de heerlijke vakanties met de caravan. Kortom een fijne, beschermde, zorgeloze jeugd, met een moeder die  met een hoofdletter christelijk deed en een vader die veel met zijn dochters stoeide en sportief bezig was. Ohja en ik vergeet mijn oma helemaal. De moeder van mijn vader die bij ons woonde omdat ze invalide was, MS. Mijn moeder vond het niet meer dan normaal dat zij voor haar schoonmoeder zorgde en mijn oma vond dat heerlijk, ook omdat ze ons dan kon verwennen. En dat deed ze, van haar heb ik de liefde van het voorlezen gekregen. Ze las ons iedere dag minstens een uur voor. Ik zat ingeklemd tussen haar rolstoel en de verwarming en zus aan de andere kant. En maar voorlezen, vooral spannende geschiedenis boeken, Postduiven voor de Prins ( over het beleg en ontzet van Leiden) de scheepjongens van de Bontekoe, Zeven jongens op een oude schuit, en mijn huil boek Geertje. Geen idee meer waar dat over gaat maar krijg weer een brok in de keel nu ik er aan denk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s