7 juli 1995

on

Er zijn van die dagen die je leven bepalen en waar van je precies weet waar je stond wat je deed enz enz. Bij ons was die dag woensdag 7 juli 1995 om, half negen ‘s avonds . Zoals gewoonlijk was ik weer eens iets. vergeten en zei tegen mijn zoon van 11 ‘ga jij eens gauw een doos croquetten halen’. Hij sputterde wel tegen maar dat was ook weer snel over. Dit was om even voor zes uur. Binnen tien minuten was hij al terug met de mededeling dat de buurt super al dicht was. Dan ga je maar naar AH slimmerd was mijn antwoord. Weer hoop gesputter maar hij ging toch. Na een half uur was hij nog niet thuis en AH was net 5 minuten lopen dus dat was raar maar kan gebeuren. Om zeven uur begonnen de andere kinderen te vragen wanneer we gingen eten. Als hij terug is met het eten was mijn antwoord. Zo meteen dus denk. Om acht uur was ik heel erg behoorlijk boos op hem, hij was natuurlijk weer een vriendje tegen gekomen en was gaan voetballen. De andere zonen geroepen om hem te gaan zoeken. Nergens te vinden, en ze hadden echt overal gezocht. In die tussentijd had ik iedereen gebeld waar het telefoon nummer van bekend was, ook nergens.

En dan slaat toch de angst en de paniek heel erg toe. Het gevraag van de andere kinderen hielp ook niet mee om rustig te blijven.  Maar wat moet je dan??? Heel veel vraagtekens, politie bellen heeft geen zin want die doen pas iets na 24 uur dat weet je toch. Maar je moet iets, je kan toch niet gaan zitten. De anderen maar brood gegeven  en toen tegen beter weten in  de politie gebeld. Met het bekende antwoord, mevrouw na 24 uur kunnen we pas weer iets doen. De meeste kinderen komen gewoon terug. Mijn hemel wat een vreselijk paniek en angst en het niets kunnen doen. NIETS DOEN is in zulke situaties net zo dodelijk als drie pakjes per dag roken. Het niet weten vermorzelt alles, je wereld is opeens beperkte tot de klok en de telefoon. En dan opeens is alles weer normaal  want hij komt de trap op lopen, ik herken zijn voetstappen. De anderen roepen en juichen, mammm hij is thuis. Zelfs zijn vader die niet zo veel gezegd heeft al die uren zucht van verlichting, ik hoor het.

In de blijdschap gil ik over mijn toeren ‘waar ben je geweest, weet je niet hoe ongerust we waren, we hebben overal gezocht en naar gebeld, en waar zijn de croquetten??? Je bent zeker wezen voetballen ergens en de tijd vergeten’ en nog veel meer van dat soort verwijten waar je  je later de ogen uit de kop schaamt dat je ze gezegd hebt. Het feit dat hij niet hard roepend hier tegen in ging, deed mijn haren naar grote hoogte stijgen. De onrust was in één keer terug en heftiger dan ooit.  Er was iets mis, grondig, gruwelijk, voor eeuwig mis. Dat soort dingen voel je, giert door je lijf met windkracht 14 en je weet dat het nooit meer weggaat, nooit.

Arm kind, wij zijn ouders hebben hem twee uur aan zijn hoofd gezeurd waar hij geweest was en wat er nou in wat voor naam gebeurd was. Uit eindelijk was hij zo murw dat hij zei dat hij dat niet mocht zeggen. Hoe rot het ook klinkt het grote woord was er uit en hij was van mijn. Als een roofdier sluipend naar zijn prooi ging ik met zachte woorden op zoek naar het doel: Wie heeft dat gezegd wat je niet mag zeggen en WAT mag je niet zeggen, want alleen wij, jou ouders, zijn degenen die bepalen dat jij dingen niet mag zeggen. Nog een beetje doorvragen, het was zoiets als in een open wond prikken met een stokje, en het hoge woord kwam eruit

IK BEN VERKRACHT. Doodse stilte volgt. Zijn vader roept van de andere kant van de kamer JE LIEGT maar heeft de telefoon al in zijn hand om de politie te bellen. Wat er daarna gebeurde is een ratjetoe van dingen. Man belt politie, ik hoor hem zeggen ‘nee, we komen nu!! Het kan me niet schelen dat er geen tijd voor is’. Ik heb de tegenwoordigheid van geest om zijn zoon zijn lange broek en onderbroek uit te laten trekken en doe ze in een papier zak. Niet in plastic, ooit eens ergens gelezen denk ik, niet goed voor de sporen. Man en zoon vertrekken naar de politie het is bijna 10 uur ’s avonds. Gek genoeg hoor ik geen van de andere kinderen, ben te moe om te kijken of ze wel slapen. De volgende dag heb ik examen interne geneeskunde, longen staan op het programma. Geen idee waarom ik ben gaan leren, opeens was het donker en half twaalf en waren ze nog steeds niet terug. Leren gaat niet meer, geen idee wat ik wel geleerd had maar er waren vier bladzijden van het collegeblok vol geschreven.  Even later kwamen ze thuis, zoon heel stil en afwezig, man hyper. Ze waren goed opgevangen bij politie en in een politie auto rond gereden om te kijken of de dader nog ergens te bekennen was maar helaas.

Man bleef maar vragen waar en hoe het nou eigenlijk gebeurt was want wat hij had verteld dat klon niet kloppen, het leek wel een verhoor maar er kwam niets meer uit. Zoon naar bed gestuurd en wij ook. En we sliepen ook goed. Bij het wakker worden had ik zo iets van ‘er was iets maar wat was het ook weer?’ de realiteit kwam hard en met weerhaken misselijkmakend terug in mijn geest. “ohja” dat was het , wat nu eerst te doen.

Kortom de hele riedel van praktische dingen regelen, mijn school, school kinderen bellen. Ja er is iets ernstigs gebeurt kom het vanmiddag uitleggen. Politie bellen want er moet een  verhoor plaats vinden, hoe laat. Waar laten we de ander kinderen. Ohja ouders van de vaste vriendjes bellen. Heel veel ohja’s geregeld. Man vertelde dat er ’s avonds lichamelijk onderzoek had plaats gevonden. Shock op shock alsof je vast zit aan een elektriciteit draad, geen ontkomen aan. En altijd onverwacht.  En het doet zo’n pijn en je weet niet wat je moet doen, waar moet je naar toe, wie moet je bellen. De onrust die je het moet er uit in de zin van iets regelen. Als je niets regelt als je er niet mee bezig bent dan doen je niets om het te doen weggaan. Want die pijn moet weg , gewoon weg

Afijn zo begon het dus, de rest van mijn leven .Want dat is het geworden. Er zijn nog een aantal zaken die mij nog zo voor de geest staan. De eerste was het telefoontje van het pathologisch lab met de uitslag, dat was 6 weken later. Nooit meer aan gedacht .maar dat was even een partij beton waar ik onder kwam. In -en uitwendig sperma sporen. Daar ga je toch van janken, gelukkig alleen thuis want ik heb gegild van de pijn.

En de dag dat ik met mijn elf jarige aan de hand naar het lab ging om hem te laten testen op HIV. Dat is toch niet normaal op die leeftijd. Zit je daar in de wachtkamer met een onwillig kind moet je ook nog heel lang wachten. Eindelijk na twee uur wachten aan de beurt. Prikken ging snel maar we waren echt net thuis toen de telefoon ging. Met duizend excuses maar het bakje met de buisjes was kapot gevallen of we terug wilden komen en echt belooft jullie zijn gelijk aan de beurt. Pas later bedacht ik dat we best een andere keer hadden kunnen gaan maar op dat moment wilde ik het alleen maar achter de rug hebben dus mijn arme kind moest nog een keer mee. En dat was onder zeer ernstig protest en bijna huilend. Vreselijk vond ik het, vreselijk.

En dan moet er iets gebeuren in hulpverlening, ik ben moeder, niet zijn psych. In die oeverloze zoektocht kon je de meest krankzinnige mensen, zaken instanties tegen. Een psychiater van het RIAGG die mij wist te vertellen dat de schade van één keer minimaal was en niet nodig om te behandelen. Nu, 25 jaar later word ik nog onmenselijk boos, Hoe haal je het in je harses om zoiets tegen een moeder te zeggen, idioot. De volgende idioot vonden we bij het … voor jeugd en gezin, het is nog steeds 1995/6. Wij kwamen daar als ouders met een hulp vraag voor onze zoon, half jaar na het gebeuren nog niets gevonden. Die mevrouw zei dat hij daar wel geholpen kon worden. Eerst een familie gesprek met alle kinderen erbij om te kijken hoe we als familie functioneren. Prima maar geen woord over het misbruik want de andere kinderen zijn daar niet mee bezig. Nee hoor zei mevrouw, is niet nodig. Volgende dag zitten in een ongemakkelijk kringetje voorstellen. Het allereerste wat dat stomme wijf vroeg aan de oudste was “en hoe vind je het nou dat je broer verkracht is?”  Na een  kwartier stonden we buiten, de kinderen huilend en ik weet zeker dat mijn horens satans vuur bliezen alles verschroeiende boosheid verspreidde. Maar dat mag je niet als moeder je moet eerst voor de kinderen zorgen en troosten. Maar geloof me die verschroeiende satans boosheid schroeit en huilt verder en zet je  steeds steviger geaard op de grond maakt je steeds harder in je gevecht, mij in ieder geval wel. Maar aan dat soort overpeinzingen kom je niet toe als je zo met het huilende zooitje op de stoep staat, brandbommen gooien, tent afbranden wil ik, tot de grond en dieper. Ook zij, hoe haal je het in de bolle harses om zo iets te vragen, je had toch beloofd dat je dat niet zou doen. En die afspraak van volgende week nou  die kan je  in jeweetwel stoppen idioot.

Het vervelende van dit soort dingen, zaken, mensen is dat je niets opschiet met vreselijk boos te worden. Het ondoet het gebeurde niet en dat is het enige wat nodig voor iedereen om weer heel te worden. En er blijven van die dingen komen, net als je denkt dat het weer een beetje gaat gebeurt er  weer iets. Dit speelde zich af in een ww loze tijd. Geen google als zoekmaatje alleen een vaste telefoon, dus thuis blijven want ze zouden wel eens kunnen bellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s